Lichtje: lelijk

Er was eens een lelijke vrouw. Ze was zo lelijk als de nacht. Ze was zelfs zo lelijk, dat, wanneer ze op een heldere nacht over straat liep, de sterren zich omdraaiden en wegvluchtten achter de maan. Die zich dan weer verstopte achter de wolken zodat het buiten pikkedonker werd en niemand de vrouw nog kon zien. Elke ochtend bij het scheren schrok de vrouw van haar eigen spiegelbeeld. Meer nog, de spiegel brak in duizend stukken nog voor ze klaar was met scheren, zo lelijk was ze.

Kortom, ze was erg lelijk en de dorpelingen uit het dorp waar ze het levenslicht had gezien, wensten haar de wereld uit.

Maar, zoals dat in dorpen de gewoonte is, is de wereld daar piep en muis-klein; dus ze kon zich rustig vestigen aan de uiterste rand van het dorp, dat grensde aan een uitgestrekt woud.

De bomen en sommige dieren konden haar gezelschap wel verdragen en ze voelde zich best gelukkig daar. Behalve ’s nachts, want dan zag ze geen hand voor haar ogen.

Nu had deze vrouw een hart van goud ter compensatie van haar lelijkheid, cadeau gekregen van de vroedvrouw die haar de wereld in trok, en die in feite een goede fee was.

Vandaar dat de lelijke vrouw zich onledig hield met het spalken van gebroken vleugeltjes van gewonde tortelduifjes en het aanleggen van steunverbanden aan verstuikte pootjes van onstuimige reekalfjes.

Tijdens een ochtendlijke wandeling door het woud, toen de zon nog maar net boven de bomen hing en het gras nog blonk van de dauwdruppels, zag de lelijke vrouw een knappe jongeman liggen achter een vermolmde eik. Hij leek te slapen maar toen zag ze sporen van hoeven rond zijn hoofd en een grote gapende wonde boven zijn linkerslaap. Ze besloot de bewusteloze jongeling naar haar hut te verslepen om hem daar te verzorgen.

Ze legde kruidencompressen op zijn hoofdwonde en wikkelde een windel rond zijn voorhoofd, zo, dat die ook zijn ogen bedekte.

Langzaam knapte de jongeman op en ze week dagenlang niet van zijn bed. Het waren heerlijke dagen, ze voerden lange gesprekken over kruiden, bloemen, wereldliteratuur, zwarte gaten, het jaar 0, en de verzamelde werken van Konsalik. Want ze had niet alleen een gouden hart, maar ook een helder verstand.

Gelukkig was het licht nog niet teruggekeerd in de ogen van de jongeman en bleef hij blind voor haar lelijkheid, zodat hij de eerste mens was die haar werkelijk zag.

Dit kon niet blijven duren en inderdaad, op een zonnige ochtend verzocht hij haar het verband rond zijn voorhoofd te verwijderen. Ze deed dit en met open ogen, die nog moesten wennen aan het felle licht van de opkomende dag, verklaarde hij haar zijn liefde.

Maar ik ben zo lelijk, stamelde ze.

Liefde is blind, zei de jongeman wijs – maar gek ben ik ook weer niet. En hij deed het verband weer voor zijn ogen, waarna hij haar voluit op de mond kuste.

Die nacht bedreven ze de liefde alsof het voor de tweede keer was.

De daaropvolgende dag tekenden ze een samenlevingscontract en leefden nog lang en gelukkig.

Vooral ’s nachts want dan zagen ze geen steek.

© Carine JA Maes

2 gedachtes over “Lichtje: lelijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s