Hoe praktisch vernuft onderhoudend kan werken

Ik liep door de lichtende winterlente. Bijna ochtend.
Langs dromende grachten, wachtende weiden en braakliggende velden, liep ik. Dan zag ik een moerasje met beemdgras en berkenboompjes. De immer ijverige woelmuis Pjotr was er druk in de weer.
Zijn staartje had hij rond een naar zijn maatstaven stevige berkentak geslingerd.
In zijn pootjes blonk een vlijmscherp houtzaagje, waarmee hij ijverig het takje net boven zich, keurig schuin afsneed. Elfje Zelf zat naast hem. Ze wiebelde verveeld en een tikkeltje treurig met haar ijle elfenbeentjes.
Het berkenboompje trilde, zijn tak viel naar beneden. Plets in de modder.
Drup, drup, berkennat.
Drup, drup, berkennat kwam uit de berkenwonde gevloeid.  Pjotr dronk het blinkende vocht met geduldige likjes op.
‘Hij is een gezondheidsfreak’ jammerde Elfje Zelf met rollende oogjes, toen ik haar vragend aankeek.
Peperkoek wil hij niet, te veel snelle suikers. Met mijn koekenhartje kan ik zijn aandacht dus niet vangen.
In dat besef begon ze zachtjes te wenen. Haar glanzende elfentraantjes liepen over het berkenstammetje. Ze werden met gulzige liefde ontvangen door de venige ondergrond. Haar hete traantjes beantwoordden deze aardse liefde door dampen in hartjesvorm te produceren zodra ze de koele vochtige grond raakten.
‘Als hij je hartje niet aanneemt, kan hij het tenminste niet breken’ troostte ik haar.
Daarop begon Zelfje nog luider te huilen, haar tranen stroomden nu over het boompje, het moeras kwam dreigend hoger en hoger.
Genoeg! riep ik en deed mijn Yoga-Krijgers-stand.  Niet makkelijk op een zompige ondergrond..
Elfje stopte haar geblèèr, Pjotr keek me verbaasd aan, het berkentakje hield even zijn levenssappen op.

Toen riep God uit de hemel. ‘Vangen is één ding, houden is wat anders’, en hij gooide een kristallen flesje naar beneden.
Hierdoor verloor ik mijn balans. Mijn volledige gewicht schoof naar mijn linkerbeen toe. Bijgevolg zakte mijn linkervoet scheef de modder in. Ik viel op mijn zij in het moeras.

Zelfje en Pjotr begonnen te lachen, het takje drupte. Ik viste gegeneerd het flesje uit de poel van tranen en slijk. Nadat ik het voorzichtigjes schoon had gewreven, overhandigde ik het plechtig aan Zelfje.
‘Je kan dit aan het takje hangen, dan heeft Pjotr zijn mondje vrij om met jou diepzinnige gesprekken te voeren’, zei ik haar.
Tja, die kleine elf had een beetje sturing nodig, dat voelde ik gewoon.
Zo gebeurde het.
Zelfje en Pjotr keken samen naar de zonsopgang, en keuvelden blij in de bijna-lente ochtendlucht.
Het berkensap drupte vredig in het flesje, de zonnestraaltjes flikkerden er vrolijk in regenboogjes doorheen.  Ik liep vuil, nat en gelukkig verder.
Godzijdank, praktisch vernuft kan soms onderhoudend werken.

© Carine JA Maes       

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s