Elfenmaan

Ik liep door de zinderende zomermiddag. De bloedhete zon scheen onbarmhartig op het lauwe rivierwater. Heldere vlekjes dansten onder het struikgewas. Rode vlekjes dansten voor mijn ogen.

Wat een hitte, ik trok mijn sandalen en kleren uit om de rivier in te lopen. De bodem was glad van het wier, waardoor ik bijna uitgleed.
Daar zat iemand langs de oever te wuiven. Het was Elfje Zeven, hij wuifde me toe vanuit een hoog bosje moerasspirea. Het bosje deinde rustig mee, op het ritme van de flauwe, zwoele zuidenwind.
Plons! Een opspringende forel doorkruiste mijn koers richting Elfje Zeven. Wilde het beest naar muggen happen of naar lucht? Ik keek hem na en zag toen mijn vriendin Elfje Zelf op zijn rug zitten. Ze had een dun, gevlochten elfenkoordje door de bek van die arme forel getrokken, waarvan ze de uiteinden als teugeltjes vasthield. Niet zo lief van Zelfje, dacht ik zo.
Plons! Weeral! Zelfje schoof van de glibberige vis af, en viel op haar ronde elfenbuikje het water in.  Het koordje dreef haar achterna. De bevrijde forel glipte vinnig weg, naar een dieper deel van de rivier. Elfje Zelf dobberde mee met de stroom, de andere kant op. Waar de rivier een bocht nam, verdween ze uit mijn gezicht.

Ik waadde verder tot ik bij Elfje Zeven aankwam, die, zo zag ik, had opgehouden met wuiven en nu zat te treuren met achter elk elfenoortje een trosje moerasspireabloemetjes. Hij had ze vast een tijdje geleden geplukt, want ze waren al opgedroogd en verspreidden een zoete amandelgeur.
Ai, wat nu weer! riep een stemmetje in mijn hoofd. Toch vroeg ik vriendelijk aan Zeventje wat er op zijn lever lag.
Helaas was hij in een dichterlijke bui en antwoordde ietwat onhandig rijmelend:
Ik wilde Elfje Zelf mijn liefde betuigen
door met moerasspirea naar haar te wuiven.
Hij slikte even en fluisterde daarna met verstikte stem;
‘Maar de zachte bloemenpluimen konden haar niet bekoren.  Ze beklom een forel die rechts van haar zwom en liet mij compleet links liggen. Wat nu?’
Om me te bezinnen, ging ik languit op het water liggen drijven. Dat was heerlijk, ik liet me helemaal gaan en vergat Elfje Zeven. Tot : kraak – flits – het begon te bliksemen. God in de hemel brulde boven een donderslag bij heldere hemel uit: ‘ Loop naar de maan!’
Na die ongevleugelde woorden, ontrolde hij, doorheen een scheur in de helderblauwe wolkenloze lucht, zijn hoogst persoonlijke touwladder.

De kleine elf keek me verbijsterd aan.
‘Volgens mij vindt Hij dat je een tandje bij moet steken, een sportje hoger stappen, meer moeite moet doen voor Zelfje. Klim de ladder op tot bij de maan. Zo gauw die vol is, glijd je op een manestraal naar beneden om haar je liefde te betuigen. Rauwe romantiek brengt vast haar hoofdje op hol.’

‘Maar ik heb hoogtevrees’, jammerde Elfje Zeven.
Tja zeg ! gilde het stemmetje in mijn hoofd en zonder verder nog iets te zeggen, vertrok ik.
Elfje Zeven keek me na met droge ogen, de ladder hing uitnodigend voor hem in het water. Ik maakte een sprongetje en dook de forel achterna, het diepere koele water in.  De grijze vis lag te slapen, tegen de stroom in, maar toen ik voorbij zwom knipoogde hij naar me.
Mijn kleren liet ik gewoon daar waar ze waren. Langs kleine wegeltjes, die alleen ik ken, liep ik voorzichtigjes naar huis toe. Ook mijn voeten waren bloot namelijk, en denappels op geheime bospaadjes kunnen gemeen steken.

Die nacht keek ik met meer belangstelling dan gewoonlijk naar de sterren en de opkomende maan.
Zou Elfje Zeven zijn elfenschoentjes met moed vullen en langs een straaltje naar beneden komen glijden?
Of niet.

© Carine JA Maes

Een gedachte over “Elfenmaan

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s