Treurige Trixie – uit de reeks kleuterverhalen

Er was eens een klein grijs hondje.  Het heette Trixie, maar iedereen noemde hem treurige Trixie. Altijd keek hij verdrietig. Nooit was hij vrolijk. Zelfs niet met zijn verjaardag, of als hij een lekker bot vond. De andere honden speelden niet graag met hem. Omdat hij nooit lachte. Soms plaagden ze hem.

Toch had Trixie een goede vriend. Het was de wijze uil Oehoe.
Oehoe wist wel waarom Trixie nooit lachte.
Uilen zijn ’s nachts wakker en vliegen dan rond.  Wanneer Oehoe voorbij het hok van het hondje vloog, zag hij dat die niet sliep.  Trixie keek naar de maan.
Dan kwam Oehoe naast hem zitten en vroeg wat er scheelde.  Maar nooit wilde Trixie dat vertellen.
Tot op een nacht. Hij zuchtte en zei dat hij zo graag de maan eens van dichtbij wilde zien.  Maar dat kon niet.
De maan was ver weg, hoog in de lucht en honden kunnen nu eenmaal niet vliegen.
Trixie vroeg of Oehoe ooit al op de maan geweest was. Nee, zei Oehoe.  Zo hoog geraken zelfs de vogels niet.

Oehoe begreep dat Trixie pas gelukkig kon zijn als hij de maan van dichtbij kon zien.  De wijze uil had een plan.
Hij vloog naar de grote vijver in het midden van het bos.  Elke nacht zongen daar kikkers.
Ze zaten dan op een lelieblad dat op het water dreef.  Ze zongen een lied over de maan.
Oehoe ging naar hen toe en vroeg of zij de maan dan goed kenden.
Jazeker, kwaakten ze, elke nacht komt de maan naar ons toe en dan zingen wij voor haar.
Oehoe vertelde hen over treurige Trixie, die zo graag de maan van dichtbij wilde zien.
Hij vroeg of hij hen de volgende nacht een bezoekje mocht brengen.  Dat vonden de kikkers goed.
De volgende nacht kwam Trixie naar de vijver.  Oehoe vloog voor hem uit.
De maan zag er prachtig uit: ze was groot en geel en rond.
Om haar heen blonken wel duizend sterren.  Zo mooi was de maan nog nooit geweest.

Oehoe en Trixie kwamen bij de vijver.  De kikkers wilden net hun lied beginnen.
Eén kikker zwom naar Trixie toe.
Het hondje zei met een triest stemmetje:  mijn vriend de uil vertelde dat de maan elke nacht naar jullie toekomt, maar ze hangt nog altijd ginder. Boven in de lucht.

Toch is ze al bij ons, antwoordde de kikker.  Kijk maar naar het water.
Op dat moment begonnen de kikkers te zingen.  Hun lied klonk door het hele bos.
En toen Trixie naar het water keek, zag hij haar: de maan.  Ze lag in het water, zo dichtbij.
Trixie keek en keek naar de ronde maan die voor hem in het water lag.
De kikkers zongen tot de zon opkwam.  Dan ging de maan slapen.

Dit is de gelukkigste nacht van mijn leven, riep Trixie.  Dank je wel, kikkers.  Dank je wel, lieve uil.
Sinds die nacht is treurige Trixie niet treurig meer.
En als Oehoe ’s nachts voorbij het hok van het hondje vlieg, ziet hij dat die slaapt.
Trixie kan de maan van dichtbij zien, wanneer hij maar wil.   Dat weet hij nu wel.

© Carine JA Maes

3 gedachtes over “Treurige Trixie – uit de reeks kleuterverhalen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s