Een blij verhaal: Elfenherfst

De nacht was hol. De herfst was diep. Ik rolde om en om in haar diepste diepte.
Ik viel met de bladeren tot op de bodem van de herfst.
Daar zat elfje Zelf, stil als een graf. Ik keek haar aan en ze begon te snikken.
Alles gaat dood, lispelde ze. Zelfs de paddenstoelen gaan al gauw verdwijnen.
Het is zo koud. De dag te kort, de nacht te lang. En nu ben ik in het gat van de herfst gevallen.
Ja, dat is zo, dacht ik. Samen met haar zat ik in diezelfde put. Dus kruiste ik mijn benen en begon te mediteren.
Door de kilte in de put, begon mijn neus te lopen.
Het kostte me weinig moeite om erachteraan te gaan. Hij liep niet al te snel. Toen alles weer op zijn plaats zat, begon Zelfje te giechelen en haar echo giechelde mee.
Stop daarmee! riep ik. Mijn woorden weergalmden tot hoog in een grauwe wolk. Natuurlijk scheurde die open. God zat in de gebarsten wolk en zei met strenge stem: Alles eindigt voor het opnieuw begint!
Wat ik vreesde, gebeurde.
Eerst gooide hij Pjotr de veldmuis naar beneden. Ook de eenhoorn en de duivel uit mijn vroegere blije verhalen roetsjten de put in. Vervolgens het winterkoninkje, de elfjes op hun weidepaaltjes met één van hun sneeuwengelen…
Het werd een drukke bedoening daar in de diepe herfst.
De eenhoorn steigerde, de duivel stookte een vuurtje, het winterkoninkje fladderde fluks heen en weer.
Het werd heet. Ik begon te zweten, de sneeuwengel smolt. De duivel vloekte, want zijn vuur ging uit. We dreven met z’n allen op het smeltwater van de engel naar boven. Iedereen, behalve de duivel.
Duivels drijven niet. Sterven doen ze ook niet. Vloeken kunnen ze als de beste, en dat mogen ze. Het zijn immers geen engelen of maagden die Maria heten.

Aan de rand van de put zat Elfje Zeven, die gelukkig nog in leven was. Hij gooide het uiteinde van zijn touwladdertje in onze kuil met water.
Liefste lezer, herinner je je nog dat de andere kant van de ladder vasthing aan de maan? Jawel, dat was nog steeds zo, maar deze maan was nieuw. De wassende maan klom op in de hemel en trok de ladder met heel onze bende op het droge.
Samen gingen we knusjes dicht bijeen aan de rand van de herfst zitten opdrogen, onder de groeiende maan.
We wachtten, tot de maan verdween en de zon uit de jonge ochtendnevel oprees.

© Carine JA Maes

Is dit mijn laatste vertelsel in de reeks blije verhalen? Ik weet het niet.

3 gedachtes over “Een blij verhaal: Elfenherfst

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s