Pijpenstelen

Februari. Ik liep door de gutsende dinsdagmiddag. Steels viel de regen uit de lucht vanuit een loodgrijze wolkenhemel. Het smalle weggetje waarover ik stevig doorstapte veranderde gestaag in een gulzig beekje, want de bodem die hard was door de herinnering aan alle vorige wandelaars die erover gestruind waren, kon zoveel water niet de baas. In een jong eikenboompje zat het winterkoninkje, met zijn kroontje scheef op zijn bolle kopje. Het lachte om zoveel nattigheid en nog meer om mij, want ik zag er totaal verzopen uit. Ik droeg wel een jas, maar die is al jaren niet meer waterdicht en mijn lange losse haren hingen in klitten over mijn wangen, tot op mijn schouders, waar ze uitdrupten op mijn doorweekte jas. Dat kon er nog wel bij.
Ik liep langs een koeienwei, agressief afgeboord met prikkeldraad. De wei was leeg, geen koe te bespeuren, de boer had ze vast opgestald. Aan een puntig knoopje in de kwaaie draad hing een pluk haar met daaraan een stukje afgescheurd koeienvel. De gracht die de wei omboordde weerspiegelde rietstengels, grijze wolken en de prikkeldraad met het stukje huid, dat danste in haar weerspiegeling, door de dikke, nu trager vallende regendruppels. Met één van de regendruppels viel elfje Zelf naar beneden. Ze had een toverstafje bij zich, waarvan het topje glinsterde als een zonnetje. Verder droeg ze een maskertje van paarse smeerwortelbloempjes die vakkundig gedroogd en aaneengelijmd waren. Op haar hoofd droeg ze een hoge zwarte pinnenmuts zonder bolletje aan het einde, met een omgeplooide punt.
‘Abracadabra’ mompelde ze als een volleerd miniatuur heksje, en tikte met haar stokje het armtierige stukje koeienvel aan. Haar regendruppel spatte uiteen in duizend kleine spetters, en zijzelf tuimelde de gracht in. Het koeienvelletje viel in de wei, en warempel, het kreeg pootjes die almaar langer werden en uitgroeiden tot 4 stevige stierenbenen. Er volgde nog een lijf, runderkop en zwiepende staart. Altijd heeft men me verteld dat je moet oppassen met stieren. Nu geloof ik dat je nog meer moet oppassen met vooroordelen, dus ik keek de stier vriendelijk aan. Die knipperde met zijn grote bruine ogen en begon hartstochtelijk te wenen. ‘Ik ben gevangen in deze gouden kooi’, snufte hij. Tot mijn verbazing, want de wei leek in niets op een gouden kooi. ‘In mijn vorig leven kreeg ik voedsel, warme vaarzen en al wat een stier begeren kan. Maar van de vrijheid heb ik nooit geproefd.’ Voortaan ook maar opletten met veronderstellingen, dacht ik bij mezelf. Het stukje vel had aan een stier toebehoord, niet aan een koe zoals ik aanvankelijk had gedacht.
Ik keek een beetje boos naar elfje Zelf die op haar gemak in de gracht ronddobberde. Het was immers haar schuld. Nog een extra ongelukkige stier erbij, dat is niet waar deze wereld op zit te wachten, vooral niet als het regent.
‘Hou op!’ , riep ik, en sprong de wei in. Daar deed ik mijn meest ingewikkelde yoga-zonnegroet. De regendruppels bleven hangen waar ze waren, elfje Zelf ging kopje onder en de stier staakte zijn geblèr. Alles werd stil.
Dan riep God in de hemel: ‘Blijheid geeft je vleugels’, en gooide een glanzende kniptang naar beneden. Ik knipte de prikkeldraad door, de stier wipte met een kalversprongetje over de gracht en viste elfje Zelf behendig met zijn lippen uit het water. Dat ging hem goed af, hij was dat gewend van al die grassprieten natuurlijk. Elfje Zelf was dan ook niet zwaarder dan een plukje gras. Ze klom op zijn stierenkop en kriebelde het beest achter zijn oren. De stier begon te lachen en dat ging maar door, tot hij vleugels kreeg. Eén witte en één bruine.
De zon brak door de wolken, en weg vlogen ze: Zelfje en haar stier. Ik wandelde rustig verder onder het flauwe februarizonnetje terwijl de wind mijn haren droogde. Toen ik thuiskwam, had ik een bos vol pijpenkrullen. Dat doet regen die in pijpenstelen valt met mijn haar. Dit wordt misschien toch nog een mooie dag.

© Carine JA Maes

oe

6 gedachtes over “Pijpenstelen

    1. Dankjewel, Rob en Hanneke, het heeft hier de ganse dag stevig geregend. Ik was nog drijfnat toen ik dit verhaaltje opschreef. Ik ben echt een vogeltje in een eikenboom tegengekomen op mijn wandeling. Even gestopt om het aan te kijken en het bleef mooi zitten. Groetjes, Carine

      Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s