The maythorn strikes back

Ik slenterde door de luie lenteochtend. De vroege zon goot brede stralen doorheen de volle takken van een linde en een nog kale notelaar.
De veldweg waarover ik wandelde, liep langs een diepe gracht, waar een hazelaar mij met geopende twijgen scheen toe te lachen, een beukenhaag stak trots zijn blaadjes uit. Met een vleugje wind passeerde de bedwelmende geur van een oude meidoorn. Zijn witte bloesems gaven bleekblauw licht, of dacht ik dat maar?
In het jonge gras onder die stekelige struik, verscholen tussen rechte, frisse brandnetelstengels hoorde ik het stemmetje van elfje Zelf. Ze zat bovenop
een vroege aar van een hoog opgeschoten grasspriet en sprak op verwijtende toon tegen iemand die bij de stam van de meidoorn stond.
Het was Pjotr de veldmuis, gekleed in een blauwe boerenkiel met bijpassende rode sjaal, zo een met witte bolletjes. Hij hield een hakbijl in zijn gespierde muizenpoten. Tik, tik, tik. De meidoornstruik trilde en strooide haar bloesems in de natte gracht, als verse lentesneeuw.
Zelfje sprong behendig van het grassprietje af en belandde in één van mijn veel te grote rubberlaarzen. Dat kriebelde! Ik trok die laars uit en schudde er voorzichtig mee, zodat de kleine elf zacht op de grond belandde.
‘Wat is er?’ vroeg ik met onvaste stem, terwijl ik huppelend op één been een doorn uit mijn kous trok.
‘Pjotr gaat zomaar die meiplant omhakken!’ huilde ze half paniekerig.
‘Ik wil mijn bijl uitproberen op het hardste hout dat tussen de velden voorhanden is.’ antwoordde Pjotr beledigd. ‘Ik moet mijn materiaal regelmatig testen. Dit is wat ik doe.’ En hij hakte naarstig verder.
Gelukkig had ik een exemplaar van mijn krant op zak, van enkele dagen geleden.
‘Wacht,’ zei ik met zalvende stem. ‘Ik heb hier iets gelezen dat ons kan helpen. Maar waar stond dat weer?’
‘Ach ja, hier zal je het hebben: bomen moeten een rechtspersoonlijkheid krijgen. Een vennootschap is ook maar iets fictiefs, waarom zou een boom geen
rechtspersoon mogen zijn?’
Zelfje keek me niet begrijpend aan.
‘Ze kunnen dan aanspraak maken op een advocaat en dus bescherming krijgen tegen bekapping.’ verklaarde ik.
‘Een meidoorn is geen boom maar een struik,’ zei Pjotr beslist. ‘En kranten schrijven zomaar wat. Bovendien heb ik een kapvergunning.’
‘Het gaat hier niet alleen om bomen, er bestaat ook een beschermde rivier in Nieuw-Zeeland,’  ging ik geduldig verder.
Pjotr was echter niet van zijn stuk te brengen en sloeg er lustig op los. ‘Struiken kunnen niet spreken en hebben potjandorie géén persoonlijkheid!’ riep hij.
‘Dan zijn elfen mythische creaturen; een muis die werktuigen hanteert, onnatuurlijk en het bodemnetwerk van het bos, een verzinsel,’ riep ik vinnig terug . Dit laatste had ik bedacht doordat ik pas een boek had gelezen van Jean-Marie Pelt over het geheime bodemleven van een bos, dat bestaat uit een ondergronds netwerk van struiken, bomen, schimmels en paddenstoelen. Het internet van de natuur, dat communiceert met signaalstoffen, als zachte stemmen die wij niet kunnen horen, maar die daarom niet minder werkelijk zijn.
Pjotr zweeg en piepte, zoals muizen doen, maar hakte toch door. Het zag er niet goed uit voor de oude meidoorn.
Zelfje werd wanhopig. Ik ook, of toch een beetje. Wat moest ik met die Pjotr:  Hem bij zijn nekvel grijpen? In een kooi stoppen? Zijn bijltje in beslag nemen? Dat was tegen mijn eigen natuur.
Dus probeerde ik na te denken. Ik zonk tot diep in mezelf, mijn voeten werden wortels, mijn hoofd een wuivende kruin.
Mijn gedachten boorden zich in de grond, onder de stam van de meidoorn. Zijn witte bloesems gaven feller licht, er kwam wind opsteken die de beukenhaag deed golven. Elk blad huiverde.
Daar had je het. Het ondergrondse netwerk roerde zich.
Een kluwen van brandnetelwortelharen wrong zich naar boven via een half omgespitte graszode, gevolgd door bleke schimmelsporen. Beuken- en eikenwortels kromden hun tenen, de bodem deinde, de wind loeide. Pjotr tolde om.
De meidoorn gooide zijn takken over hem heen, Pjotrs bijltje viel erbij neer en tuimelde in de gracht. Hij dook er achter aan. Het water in de gracht
zwol op en voerde de muis met bijl en al mee. Hij werd voortgestuwd tot in de volgende gracht, tot in een beek, tot in een stroom, tot in de zee, tot in
de wettelijk beschermde heilige rivier van de Maori van Nieuw-Zeeland.
‘Zal hem leren.’ lispelde elfje Zelf tevreden.

© Verhaallichtjes

Geïnspireerd door een wandeling onder de lentezon én een artikel in De Morgen van vrijdag 12 mei. ‘Iedere boom zijn eigen advocaat. Moeten bomen een rechtspersoonlijkheid krijgen? Advocaat G.L. vindt van wel.’

12 gedachtes over “The maythorn strikes back

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s